Openbare verlichting

Openbare verlichting omvat alle straatverlichting in de publieke ruimte. Waar dit vroeger gebeurde door particuliere initiatieven met behulp van kaarslicht, zijn we inmiddels een stuk verder met een centraal geregeld systeem op basis van elektriciteit. Zo’n 3,5 miljoen lantaarnpalen voorzien ons van licht!

 

Balans

Wegen en straten worden verlicht voor verschillende doeleinden. Het bevordert de verkeersveiligheid en maakt het gemakkelijker de weg te vinden. Bovendien voelen veel mensen zich ook veiliger in een verlichte omgeving. Echter kan licht ook de verkeersveiligheid juist in gevaar brengen. Wanneer er sterk licht (ten opzichte van de omgeving) horizontaal op een mens afkomt, ontstaat verblinding. Bovendien blijken lichtvlakken erg hinderlijk wanneer men daar vanuit een donker gebied tegenaan kijkt.

Beeld: Hans Heijnen

 

Transitie naar een natuurlijke openbare verlichting?

Wetten omtrent openbare verlichting ontbreken nog (een algemeen overzicht vind je hier). Wel is er een richtlijn tot stand gekomen in samenwerking tussen NSVV en OVLNL, namelijk de NPR 13201, waarnaar kan worden verwezen bij jurisprudentie.

 

SER-Energieakkoord

In september 2013 ging het SER-Energieakkoord in, omwille van verduurzaming van de economie en omgeving. Hierin is vastgelegd dat in 2020 het energieverbruik van alle openbare verlichting en verkeersregelinstallaties 20% lager moet liggen ten opzichte van 2013, en zelfs 50% lager in 2030. Daarnaast is 40% van de openbare verlichting geregeld door slim energiemanagement én is deze energiezuinig.

Uit cijfers van 2016 blijkt dat het op alle vlakken de goede kant op gaat, voornamelijk met de laatste twee subdoelstellingen. Ondertussen is al 25% van alle openbare verlichting is energiezuinig en/of voorzien van slim energiemanagement. Desalniettemin blijft het een flinke uitdaging alle doelstellingen te behalen.

Een tweede motivatie voor het terugbrengen van het energieverbruik van de openbare verlichting, naast verduurzaming, is de aanzienlijke uitgave die het voorstelt. De gemeentelijke elektriciteitsrekening wordt voor meer dan de helft opgeslokt door de openbare verlichting. Voor de overheid is de openbare verlichting eveneens een kostenpost waarop kan worden bespaard. Daarom werd in 2013 besloten om op bepaalde plekken van de snelweg tussen 21:00 en 05:00 uur de lampen te doven. Echter kostte dit plan meer geld dan het opleverde doordat aannemers zelf de verlichting moesten inschakelen bij wegwerkzaamheden (met grote kosten tot gevolg) en schaadde het ontbreken van verlichting het gevoel van veiligheid bij vele bestuurders. Hierdoor blijven veel van de aangepaste wegen tegenwoordig toch tot 23:00 verlicht. De problemen die men toen tegen het lijf liep, kunnen worden voorkomen bij in een toekomstig dimmen en/of doven beleid. Bovendien kan er gebruik gemaakt worden van andere oplossingen om energie te besparen.

 

Nieuwe vormen van verlichting

Openbare verlichting is zo afgesteld dat een verkeersdeelnemer objecten op de weg, zoals een overstekende voetganger, goed kan zien. Een andere belangrijke rol is dat je kan zien hoe de weg zich vervolgt. Dit wordt bereikt door zowel passieve als actieve markering. Passieve markering zijn de zogenaamde kattenogen, deze reflecteren het licht van de koplampen van de auto. Tegenwoordig is de actieve markering in trek, met name in moeilijke situaties zoals bochten en oversteekplaatsen. Dit zijn kleine led-lichtjes die enkele centimeters boven het wegdek uitsteken. Bij voldoende zonlicht kunnen deze zelfs op zonne-energie gevoed worden! Beiden hebben het voordeel dat ze met minimale (tot geen) lichtvervuiling, toch een veilige omgeving creëren.

Beeld: Sotto le Stelle

Andere initiatieven

Er zijn tal van mooie voorbeelden die de transitie naar een duurzamere openbare verlichting illustreren. Zo zijn er op vraag van Rijkswaterstaat vleermuisvriendelijke ‘batlampen’ ontwikkeld. Deze kun je inmiddels sinds zo’n 6 jaar langs de A74 vinden. Deze straatlantaarns zijn speciaal ontwikkeld om de vleermuizen zo min mogelijk te verstoren in hun leefomgeving

Ook Texel is een voorbeeld van een vooruitstrevende initiatief. Door verschillende maatregelen omtrent ‘slim’ licht, is het de gemeenschap gelukt om nog maar één derde van de elektriciteit verbruikt ten opzichte van de oude openbare verlichting. Alle lichtmasten gebruiken nu LED-lampen, er is een schema voor dimmen en doven, er zijn wegdekreflectoren en verkeerszuilen geplaatst. Bovendien wordt er gebruik gemaakt van onderhoudsarme armaturen en masten met een lange levensduur. De oude materialen zijn in een circulaire wijze opnieuw gebruikt. Zoals gezegd op diens site: “het resultaat is een eiland waar het echt nacht is, zonder overbodige verlichtingen maar met een mooi uitzicht op de sterren”.

 

Conclusie

Kortom, de kunst is om de juiste balans te vinden waarbij zowel lichtvervuiling als veiligheidsrisico’s beperkt worden. De meeste winst valt immers te behalen bij de gemeenten: zij bezitten 94% van alle openbare verlichting in Nederland. Voor hen zijn er nog vele andere manieren, buiten degene hier beschreven, beschikbaar om reductie van lichtvervuiling en energie te realiseren

 

 

 

Deel op