Dit jaar 15 jaar Nacht van de Nacht

24 januari 2019

 

 

De Nacht van de Nacht campagne

Dit jaar wordt de Nacht van de Nacht op zaterdag 26 oktober voor de 15e keer georganiseerd door de Natuur- en Milieufederaties (NMF). Traditioneel op de laatste zaterdagavond en –nacht van oktober, waarop de klok een uur teruggaat en de nacht een uur langer is. Met deze campagne wordt aandacht gevraagd voor het klimaat en energiebesparing op licht, met als doel de hoeveelheid lichtvervuiling in Nederland te verminderen. Ook voordat de Nacht van de Nacht campagne van start ging, lobbyde de NMF al bij veel gemeenten en bedrijven, om bewustwording en draagvlak voor lichtvervuiling te creëren.

Nederland is een van de meest verlichte landen ter wereld. Afgelopen honderd jaar werd Nederland maar liefst zo’n 125 keer lichter. Lichtvervuiling door nachtelijke verlichting met kunstlicht kost niet alleen veel geld en energie, maar verstoort ook het bioritme van dieren en planten. En we kunnen minder genieten van de mooie sterrenhemel: in de grotere steden kan men nauwelijks nog de sterren zien, en de Melkweg al helemaal niet meer. Het opgaande licht wordt vooral veroorzaakt door openbare verlichting en reclameverlichting.

De Nacht van de Nacht campagne groeit ieder jaar. Afgelopen jaar werden er 510 activiteiten in het donker georganiseerd en bezochten 47.000 mensen de NvdN. Ook doven steeds meer bedrijven structureel de verlichting. Interbest en Mundu gaven gehoor aan de NvdN en doven iedere nacht 230 lichtmasten langs snelwegen. De campagne begint de vruchten af te werpen. De laatste jaren lijkt de toename in licht gestopt en op verschillende plekken zelfs af te nemen. Nederland lijkt op een keerpunt te zijn beland. Veel Nederlandse steden worden langzaam iets donkerder. Dit blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de Natuur en Milieufederaties. Hiervoor is door middel van een satelliet bepaald hoeveel licht er de laatste jaren omhoog is gestraald vanuit de grootste Nederlandse steden.

Onderzoeksmethode
Voor het onderzoek van de NMF werd de afgelopen 6 jaar het opgaande licht om 1.30 uur in de nacht van de 54 grootste steden gemeten door de satelliet Suomi NPP. Dit onderzoek is een onderdeel van het grotere onderzoek dat plaatsvindt naar opgaand licht in Nederland en dat de komende jaren zijn beslag zal gaan vinden (zie Nachtmeetnet.nl).

Niet eerder is in Nederland het opgaande licht op deze schaal van nauwkeurigheid gemeten. De satelliet draait om de aarde in een polaire baan op een hoogte van 830 km en maakt scans met een breedte van 3000 km. Van elke pixel (750 m x 750 m) wordt het opgaande licht gemeten. Elk stukje van de aarde wordt twee keer waargenomen: één keer met de zon hoog aan de hemel en één keer midden in de nacht. Een van de instrumenten aan boord is VIIRS. Deze neemt de aarde in 22 verschillende golflengte-gebieden waar. Een van hen, de DNB band, bestrijkt het hele spectrum dat het menselijke oog kan zien, zowel overdag als ’s nachts.

Alleen de gemeten data tijdens heldere nachten zijn gebruikt voor het onderzoek. Ook zijn van elk jaar alleen de metingen van september tot en met maart gebruikt. In de overige maanden kon de satelliet voor Nederland geen goede waarnemingen uitvoeren.

Met een GIS programma is van elke maand bepaald wat de gemiddelde waarde is van alle pixels op het grondgebied van elke stad. Hiervoor werden alle pixels van alle beelden van de heldere nachten in een maand opgeteld, waar een gemiddelde aan opgestraald licht per oppervlakte eenheid uit kwam.

Resultaten

 

Uit het onderzoek blijkt dat de volgende provincies het snelst donkerder worden: Flevoland (-2,4% per jaar), Gelderland (-1,7%) en Friesland (-1,5%).

Voor elke stad is de gemiddelde hoeveelheid opgaand licht per vierkante kilometer bepaald, en is aan de hand van dit gemiddelde een score gegeven.

De donkerste steden zijn Stadskanaal (score 7), Veendam (score 9), Emmen (score 9), Dronten (score 9) en Heereveen (score 9). De randstad scoort het slechtst, met Delft (score 48), Amsterdam (score 40), Rotterdam (score 36), Den Haag en Zoetermeer (score 30) als meest verlichte steden. Bij nachtelijke satellietbeelden licht de randstad, en dan met name de kassen in het westen van Nederland, enorm op. Vooral Delft lijkt veel last te hebben van de nabijheid van de kassen. Maar ook Dordrecht (score 22) en Leiden (score 28) stralen veel licht omhoog, terwijl er geen kassen in de nabijheid van deze steden zijn. Ook Eindhoven (score 28), Den Bosch (score 28), Maastricht (score 25) en Utrecht (score 25) stralen veel licht omhoog.

De hoeveelheid opgaand licht 

is meestal te relateren aan het inwonersaantal van een stad. Over het algemeen geldt: hoe meer inwoners, hoe meer opgaand licht. Almere is opvallend donker en straalt iets meer dan de helft van de gemiddelde hoeveelheid licht uit, ten opzichte van andere steden met vergelijkbare inwonersaantallen. Ook verschillende steden in Gelderland stralen relatief weinig licht uit. Arnhem, Nijmegen en Ede stralen iets meer dan de helft uit van het gemiddelde van steden met vergelijkbare inwonersaantallen, en Apeldoorn zelfs minder dan de helft. Mogelijk is er veel groen in deze steden, of wordt er veel aandacht geschonken aan reductie van opgaand licht.

Als alle steden samen genomen worden, blijkt dat er een jaarlijkse afname van 0,02% in opgaand licht is over alle steden.

Conclusie
Uit het onderzoek blijkt dat de toename in opgaand licht in veel van de onderzochte steden is gestopt. Met name de openbare verlichting neemt nauwelijks meer toe en de kwaliteit verbetert, wat betekent dat er minder licht onnodig omhoog wordt gestraald.

Of de ontwikkeling in de hoeveelheid opgaand licht in de onderzochte steden ook iets zegt over de ontwikkeling in de rest van Nederland, is nog onduidelijk. Ook is er alleen rond 1.30 uur in de nacht gemeten. Hoe het zit gedurende de rest van de nacht, is onduidelijk. Met het eerdergenoemde Nachtmeetnet wordt getracht om hier op korte termijn meer duidelijkheid over te krijgen. Ook zal de onzekerheid van de data, veroorzaakt door de grote spreiding in de data, met de jaren minder worden als er steeds meer data bij komen en er minder spreiding in de data is.

Of Nederland de komende jaren donkerder blijft worden, zal voornamelijk afhangen van de bedrijven. “Bij gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat zie je een mooie ontwikkeling waarbij gedimd en gedoofd wordt waar het kan. Maar door de lage kosten van LED verlichting zijn sommige bedrijven geneigd de verlichting en reclames de hele nacht aan te laten”, aldus Mattheus Bleijenberg, projectleider van de Nacht van de Nacht campagne.

 

Deel op